header background image
 

Cookie policy

Bemesting

Niet de plant wordt bemest, maar de bodem: zonder bodem groeien er geen planten. Alle voedingsstoffen kunnen via de wortels van een plant alleen in opgeloste vorm worden opgenomen. De meeste meststoffen zijn goed oplosbaar in water. Bij veel regenval verdwijnt een groot deel van deze meststoffen naar diepere lagen in de grond, die voor de plant onbereikbaar zijn; dit verschijnsel heet uitspoelen. Zolang planten goed groeien, is een spaarzaam toedienen van kunstmest aan te bevelen.

Organische mest stimuleert het bodemleven, het brengt voedingselementen in de bodem voor de plantengroei en houdt het humusgehalte van de bodem op peil. Bij het woord mest hoeft hier niet zo nodig de associatie gelegd te worden met de onwelriekende geur van verse stalmest, hoewel stalmest wel degelijk thuishoort in het rijtje van organische meststoffen.

Eigen gemaakte compost, compost die kant-en-klaar gekocht is, turfmolm en tuinturf, tuinaarde, potgrond, kokosnootvezels, kippenmest e.d. zijn allemaal organisch materiaal. Organische mest voegt volume toe aan de grond. De aanwezige voedingsstoffen in de organische meststoffen zijn meestal niet direct beschikbaar voor de plant; ze moeten eerst verteren.

Dit gebeurt met behulp van bacteriën en schimmels die in de grond leven. Vers aangebracht organisch materiaal heeft veel poriën die zuurstof bevatten. Aanbrengen en onderwerken van organisch materiaal brengt dus veel zuurstof in de grond.

In onderstaande tabel staan de bestanddelen van de verschillende organische mestsoorten van dierlijke oorsprong.

Dierlijke oorsprong

Plantaardige oorsprong

Oorsprong buiten de landbouw

  1. stalmest
  2. mengmest
  3. droge mest
  4. aal (mestvocht)
    (niet geschikt)
  1. groenbemesters
  2. oogstresten
  1. slib van waterzuivering
  2. afval van de voedingsindustrie

Tabel 1: organische bemesting

Voedingsstoffen, die een plant voor een goede groei en bloei nodig heeft zijn:

NPK:

  • stikstof (N): voor de opbouw van cellen en groei, N verhoogt de opbrengst, wanneer we spreken over de vegetatieve delen van de plant (bladeren, stengels), en de wateropname;
  • kalium (K) versterkt de cellen van de plant, zodat ze 'houtig' worden. Het zorgt voor bescherming tegen vorst en felle zonneschijn;
  • fosfor (P) is vooral nodig voor de vorming van wortels, bloemknoppen, bloei en vruchtzetting;
  • ijzer (Fe) voor de binding van zouten;
  • magnesium (Mg) voor de aanmaak van chlorofyl;
  • overige sporenelementen zijn: borium (B), zink (Zn), mangaan (Mn) en koper (Cu). Dit zijn allemaal elementen die nodig zijn om de weerstand en gezondheid van de plant te verzekeren en te versterken.

Ontbreekt een van deze elementen, dan vertoont de plant gebreksverschijnselen. Het bodemleven, nodig voor de omzetting van o.a. humus, verbetering van de waterhuishouding en luchttoevoer, floreert beter in een milieu dat rijk is aan deze voedingsstoffen en sporenelementen (sporenelementen zijn onmisbaar voor de plant, de opname gebeurt slechts in kleine hoeveelheden). Om het bodemleven te respecteren, verkiest men organische meststoffen boven chemische meststoffen (anorganisch).

Er mag NOOIT verse stalmest tussen of onder de wortels worden aangebracht, dit verbrandt de wortels. Bij de aanplant kan men compost toevoegen, op zandgrond mengt men echter best de compost onder de grond. Op leemgrond moet compost niet gemengd worden, omdat er veel meer werking van regenwormen is.
Zij trekken de compost naar beneden en mengen hem met de grond. Bij de aanplant van fruitbomen geeft men een basisbemesting. Deze bestaat uit compost en verteerd stalmest. Kunstmest kan eventueel ook. Indien de grond te zuur is, moet er eerst bekalkt worden, daarna volgen pas de andere meststoffen. De hoeveelheid meststoffen die toegediend moeten worden, hangt af van:

  1. de natuur van de grond: in een lichte grond moet men zwaarder bemesten dan in een leem- of kleigrond;
  2. de voedingstoestand van de grond: het bouwland zal steeds rijker zijn aan voedingsstoffen dan weiland;
  3. de uitslag van de grondontleding.

In de winter is het gebruik van een halve tot één kruiwagen compost en een halve tot één kruiwagen stalmest voldoende per boom. Wanneer men echter te maken heeft met woelmuizen, dient deze compost en stalmest pas in het voorjaar gegeven te worden, om te voorkomen dat de muizen zich in de winter hierin gaan nestelen en de wortels van de bomen gaan opeten. In de late herfst dient het overschot verwijderd te worden om dezelfde reden.

Deze stalmest kan de ene keer bestaan uit rundermest en de andere keer paardenmest, omdat er dan een verschil in voedingsstoffen is. Kippenmest kan beter niet gebruikt worden, dit zorgt voor verbranding. Als de stalmest goed verteerd is, met stro ertussen, dan is afwisseling niet noodzakelijk. De eerste jaren is het zinvol om elk jaar compost aan te brengen, nadien profiteert de boom mee van de bemesting van de weide.

In de tuin is het aan te raden om jaarlijks te bemesten met compost, omdat men hier niet de rijkdom van een vaak bemeste weide heeft. De hoeveelheden hangen telkens af van de grondsoort. Bodemontleding is in alle gevallen nuttig en aan te raden.

Op zandgrond zal uiteraard vaker en meer moeten bemest worden dan op leem- of kleigrond. Dit komt door de uitspoeling van meststoffen op zandgronden. Op leem- of kleigronden volstaat een bemesting voor de eerste moeilijke jaren van de boom. Chemische meststoffen mogen echter niet vergeten worden.
Zij dienen om de eventuele tekorten van stalmest aan te vullen. In de lente of zomer moet de boomspiegel opgestoken worden met een spitvork. Vervolgens moet men mulchen met grasmaaisel. Dit dient vooral tegen uitdroging. Goede grond met plantencompost voorkomt dat men veelvuldig moet gaan bemesten.

Een laagje plantcompost rond de boom leggen, vooral in de zomer, bevordert de groei en gaat uitdroging tegen. Meststoffen kunnen in het voor- en najaar gestrooid worden. Wees zuinig met overmatig gebruik van chemische meststoffen. Zo zal de bodem verzieken en vermindert het afweersysteem van de planten. Organische meststoffen zijn minder agressief en veel beter in gebruik.

 

Bemesting van onze fruitbomen

Juist en goed bemesten van geteelde planten, waaronder ook onze fruitbomen is niet zo eenvoudig. Alle elementen moeten immers in de juiste hoeveelheid en in de juiste verhouding toegediend worden. De voedingsstoffen moeten ook op het gepaste ogenblik aanwezig zijn.

Wat hebben onze fruitbomen nodig ?

Stikstof (N): groei 
Fosfor (P): vruchtvorming en opbouw
Kalium (K): kleur en vruchtvorming
Kalk, calcium (Ca): cellen, bouw, celkernen en stevigheid voor de bomen
Magnesium (Mg): voor bladgroen
Mangaan (Mn): voor blad en stengel
Koper (Cu): voor topgroei. Gebrek aan dit element komt niet zo vlug voor, wel op lichte grond.
Zink (Zn): bloem + bevruchting

Het zijn vooral de 4 hoofdelementen die regelmatig moeten toegediend worden. 

Organische meststoffen, waaronder stalmest, de voornaamste meststof, mogen en moeten elk jaar in de herfst toegediend worden. Stalmest is een volledige meststof en bevat per 1000 kg: 4 à 6 kg stikstof, 3 kg fosfor, 2 à 4 kg kalium en 5 à 6 kg kalk en ook wat minerale elementen.

- Hoeveelheid per boom: minder dan 5 jaar geplant: 35 kg
- 5 à 10 jaar geplant: 50 à 60 kg
- Meer dan 10 jaar: 75 kg
- Waar: uitstrooien in een cirkel op de jonge wortels.

Compost

Zelfgemaakte tuincompost bevat veel organisch materiaal, maar de inhoud aan voedingselementen is meestal aan de lage kant. Deze compost kan zeer goed gebruikt worden bij het planten (plantputten). Door OVAM gekeurde compost geeft meer zekerheid wat voedingswaarde betreft.
Toedienen: november-december of februari-maart. Jonge bomen, minder dan 5 jaar geleden geplant: ½ kruiwagen; andere 1 kruiwagen. Meer dan 10 jaar: 2 à 3 kruiwagens (60 L)

Stikstof (N) 

In de vorm van organische mest: gier 10 L per boom. Grote bomen 20 L. (Let wel: richtlijnen mestactieplan!), kippenmest, duivenmest… 2-3 kg droge mest aan jonge bomen, andere 3-5 kg. Niet te veel! Anders te sterke groei en late vruchtbaarheid. 

Toedienen: maart of vlak na de bloei

Kunstmest: Landbouwammoniaknitraat: 30-35 gr per m2 uitstrooien, onmiddellijk na de bloei. Kalkcyaanamide: februari-maart, ongeveer dezelfde hoeveelheid: 8 à 12 kg per are.

Fosfor

Beendermeel als organisch product, uitstrooien februari-maart: 8 kg à 10 kg per are (100 m2), 80 à 100 gr per m2.
Kunstmest: tweekalkig fosfaat uitstrooien tussen einde februari en einde maart: 8 à 10 kg per are, 100 gr per m2.
Eenkalkig fosfaat: uitstrooien maart-april, 60 à 70 gr per m2 of 6 tot 7 kg per are.

Kalium (K) (Potas)

Ruwe potasmeststoffen zoals sylviniet, kaïniet worden uitgestrooid in november-december. Niet uitstrooien met de blote handen. Deze meststoffen worden niet zoveel meer gebruikt alhoewel zij toch hun goede eigenschappen bewezen hebben.

Om de 3 à 4 jaar gebruiken is aan te bevelen. Hoeveelheid: 8 à 12 kg per are.
Zuivere kaliummeststoffen, zoals potassulfaat of kaliumsulfaat, strooit men begin maart uit over 6 tot 8 kg per are. Patentkali benut kalium en magnesium.

Magnesium

Alleen te gebruiken indien de planten werkelijk een magnesiumtekort hebben. Men gebruikt dan magnesiumsulfaat: 1 à 3 kg per are of 100 à 500 gr per boom. Grote bomen 3 kg. Niet te veel toedienen. Best de grond laten ontleden. (Bodemkundige Dienst van België, De Croylaan 48, Heverlee-Leuven)

Mangaan

Alleen bij gebrek toedienen (grondontleding). Zink, koper, boor, molybdeen: alleen bij gebrek aan deze elementen. In het algemeen is het aan te raden kunstmeststoffen of chemische meststoffen in het voorjaar uit te strooien, na de grond rond de bomen oppervlakkig losgemaakt te hebben. Zo kunnen deze meststoffen niet uitspoelen door (te veel) regen. Gezien wij de laatste jaren veel regenneerslag kennen, zelfs tot 80 L per m2, is het aan te raden onze jaarlijkse bemesting te verschuiven naar februari-april.

Juist en goed bemesten is dus niet zo eenvoudig. Daarom is een grondontleding aan te bevelen om de 3 à 5 jaar. Voor hoogstamboomgaarden is zelfs een grondprofilering aan te bevelen voor de planting. Dit zal menige liefhebber problemen voorkomen.

  1. Profilering: bodemonderzoek tot 1 m 25 diep. Kostprijs vermoedelijk € 1500.
  2. Gewoon bodemstaal: € 50 à 75.

Heeft u vragen, schrijf gerust naar de Nationale Boomgaardenstichting. Wij zijn er om u te helpen.