Nationale Boomgaardenstichting vzw
Leopold III-straat 8
3724 Vliermaal
tel.: +32 (0)12 39 11 88
fax: +32 (0)12 74 74 38
info@boomgaardenstichting.be
NBS30jaar

Vermeerdering

Ongeslachtelijke voorplanting

In de fruitteelt wordt voor het vermeerderen van de rassen haast uitsluitend gebruik gemaakt van technieken als enten, oculeren, stekken, e.d.. Het is uiteindelijk de bedoeling er zeker van te zijn dat alle eigenschappen eigen aan het bepaalde ras weer tot uiting zullen komen. Omdat hierbij geen geslachtscellen (zaad- en eicel) te pas komen noemt men dergelijke manier van vermeerderen of voortplanten de ongeslachtelijke , asexuele of vegetatieve vermeerdering. Alle aldus bekomen planten of plantendelen zijn genetisch identiek. Zij hebben allemaal dezelfde kenmerken omdat zij ontstaan door gewone celdelingen en aldus hetzelfde erfelijk materiaal hebben. Dit zal uiteraard ook tot uiting komen in de voortgebrachte vruchten. Andere voorbeelden van ongeslachtelijke voortplanting zijn bv. de uitlopers van aardbeiplanten, geraniumstekken, broedknoppen....

Enten definitie
Het enten bestaat erin een stuk twijg, een oog (knop) of welk ander onderdeel ook van een plant (griffel of ent geheten) op een andere plant (onderstam geheten) over te brengen, zodanig dat beiden met elkaar verenigen of vergroeien en een gemeenschappelijk leven kunnen beginnen.

Doel van het enten
Het doel van een enting kan velerlei zijn: rassen vermenigvuldigen die onmogelijk op een andere wijze kunnen voortgezet worden, wat het geval is voor nagenoeg al onze fruitrassen; minder goede rassen vervangen door betere (omenten van bestaande bomen); opvullen van lege plaatsen op gesteltakken en vruchttakken, enz. (vooral toegepast bij leifruit).

Voorwaarden voor het welslagen van het enten
Voor een redelijke kans op lukken, moet bij het enten aan meerdere voorwaarden voldaan zijn.

Verwantschap
Tussen de ent en de onderstam moet er een zekere verwantschap bestaan.
Over het algemeen kan men enkel planten van een zelfde familie verenigen (alhoewel er wel enkele uitzonderingen op deze regel bestaan!).
Steunend op eeuwenoude ervaring kan voor hoogstamfruitbomen het volgende aangeraden worden:

BOOM
- mogelijke onderstammen
- entmethode + tijdstip van enten

ABRIKOOS (Armeniaca vulgaris)
abrikoos wildeling, wilde pruim, wilde perzik
driehoeksent (april), Engelse plakent (april), oculatie (augustus)

AMANDEL (Amygdalus communis)
amandel wildeling, wilde pruim, wilde abrikoos
gewone spleetent (maart), oculatie (augustus)

APPEL (Malus communis)
appel wildeling/zaailing, ongeslachtelijk vermenigvuldigde M-types (M5, M9, e.a.)
gewone spleetent (maart), driehoeksenting (maart), Engelse plakent (maart),
kroonent (april-mei), eculatie (augustus en september)

DRUIF (Vitis vinifera)
Amerikaanse druif, druifhybriden, Frans-Amerikaanse druif
Engelse plakent (maart-april)

KAKI/DADELPRUIMENBOOM (Diospyros kaki)
Japanse dadelpruimenboom
plakent (mei), oculatie (augustus)

KASTANJE (Castanea sativa)
Franse kastanje, Japanse kastanje
gewone spleetent (april), Engelse plakent (april), oculatie (augustus – september)

KERS (Prunus avium, cerasifera, e.a.)
wildeling (boskriek), vogelkers, Mahaleb of Sint-Luciahout
Gewone spleetent (april en september), driehoeksent (april en september),
Engelse plakent (april en september), oculatie (augustus)

KWEE (Cydonia vulgaris)
gewone kwee, zaailing, meidoorn
gewone spleetent (april), Engelse plakent (april), oculatie (augustus)

NOTELAAR (Juglans regia)
gewone notelaar, Amerikaanse notelaar
gewone spleetent (maart en april), gewone spleetent dwars door eindoog (maart en april), Engelse plakent op zaailing van 1 of 2 jaar, in warme kas geplant in mei (april), kroonent (april en mei)

OLIJF (Olea europea)
wildeling olijf, es
gewone spleetent (maart), kroonent (april), oculatie (mei en september)

PEER (Pyrus communis)
kwee, wildeling peer, meidoorn
gewone spleetent (maart), driehoeksent (maart), Engelse plakent (maart),
kroonent (april en mei), oculatie (juli en augustus)

PERZIK (amygdalus persica)
wilde perzik, wilde pruim, amandel
oculatie (augustus en september)

PRUIM (Prunus domestica / Prunus institia)
Sint_Julien, Damas, Myrobolan, Brompton gestekt
gewone spleetent (maart en september), driehoeksent (maart en september),
Engelse plakent (maart en september), kroonent (april en mei) oculatie (juli)

VIJGENBOOM (Ficus carica)
gewone vijgenboom
kroonent (april en mei)

Op gebied van weerstandsvermogen tegen ziekte, groeikracht en stevigheid is de zaailing of wildeling niet te evenaren; het is immers de enige boomvorm op geslachtelijke wijze gevormd en door een natuurlijke selectie ontstaan. Het resultaat is dan ook dat deze bomen gemakkelijk leeftijden van 100 tot 150 jaar halen!

Voor specifieke doeleinden bestaan er geselecteerde onderstammen. Meer informatie hierover vindt u in het eerste deel van deze basiscursus.

Het cambiale contact

De cabiumlaag van ent en onderstam moeten met elkaar zo innig mogelijk in contact komen. Langs dit contactvlak zal immers de vergroeiing en de sapoverdracht beginnen.

Bij even dikke entpartners is dit vrij eenvoudig. Vaak is de onderstam echter dikker dan de ent. In zo’n geval ligt de cambiumlaag van de onderstam meer naar binnen (door de dikkere schors en bast) en moet de ent dus ook een beetje naar binnen geplaatst worden.

Bijgaande figuren (fig.5), waarin het cambium door een volle lijn is weergegeven, verduidelijken enkele van deze gevallen.

1

Enthout

Als enttwijgen neemt men de éénjarige twijgen van gezonde kloeke, volwassen bomen, die bewezen hebben vele en schone vruchten te leveren van het juiste ras). De twijgen moeten ongeveer potlooddik zijn en goed afgerijpt. Men snijdt ze best in de top of aan de zuidkant van de boom.

Tijdstip van het enten

Er moet steeds naar gestreefd worden dat op het ogenblik van de enting, de ent nog in rusttoestand verkeert en de onderstam reeds in groei is. De ent moet dus in groei achter zijn op de om te enten boom. Met dit doel snijden we de enten in de rusttijd (december – januari), waarna ze koud en donker bewaard worden tot op het ogenblik van de enting in de lente (maart – april). Enten doet men best bij goed weer, niet bij regen, vorst of schrale wind.

Het bewaren van het enthout

Het bewaren kan op verschillende wijzen gebeuren, o.a.:
- door de enthoutbussels tot 2/3 van hun lengte in de grond te plaatsen langs een noordermuur;
- door ze in een kuiltje in de grond te leggen, afgedekt met een plank of plaat; anderen geven er de voorkeur aan de enten volledig in te graven in een zandhoop, enz.

De oude Haspengouwse bewaarmethode bestond erin een kuil te maken in de leembodem, eventueel bekleed met kippengaas als afweer tegen knaagdieren, waarin de gebusselde enten geplaatst worden. De kuil werd dan afgedekt met een plaat waarop een laagje grond werd aangebracht.
Een moderne variant van bovenstaande methoden is het bewaren van het enthout in een kunstof of aarden buis, die ingegraven wordt.

Het bewaren van enthout in koelcellen (koelkast) is vooral bij beroepstelers erg in trek wegens de gemakkelijke bereikbaarheid van het hout. Het entmateriaal dient bijzonder goed verpakt te worden in minstens twee lagen plastic.
Indien men echter niet over een zeer degelijke gespecialiseerde installatie beschikt, is het onze ervaring dat voor de lange termijn bewaring, het inkuilen toch betere resultaten oplevert.

2 3

Materiaal

Bij het aansnijden is het noodzakelijk te werken met zeer scherpe werktuigen om zeer zuivere sneden te bekomen. Een zeer goed, liefst vers geslepen, entmes is dus onontbeerlijk.

Het lukken van de ent is eveneens afhankelijk van de behendigheid en de vlugheid van de enter bij het uitvoeren van de enting. Het is tenslotte duidelijk dat hoe meer de enter afweet van de bouw van de plant, hoe meer kans op succes bij het enten.

Entmethoden

De entmethoden en variaties die in de loop der tijden werden ontwikkeld zijn haast niet te tellen.

4 5 6 7 8 9

spleetent

driehoeksent

kroonent

plakent

meervoudige spleetent

kroonent met aanslag

We zullen ons hier beperken tot de belangrijkste drie:

de spleetenting, de kroonenting en de plakenting

De spleetenting

De spleetenting is een der oudste manieren van enten en tevens de voor hoogstammen meest toegepaste entmethode; Ze bestaat erin de stam of tak (al naargelang de entplaats) te klieven en de enttwijg in deze gleuf te plaatsen. Het grote voordeel van deze methode is de stevige verankering vanaf het eerste ogenblik op eender welke maat van onderstam. Ze kan bovendien op al onze fruitsoorten worden toegepast.

Tijdstip:
Voor het eigenlijke enten is dit maart – april, bij het op gang komen van de sapstroom. De ent loopt dan ook onmiddellijk uit en vormt nog hetzelfde jaar stevige scheuten.

Werkwijze:
- De stam of tak op de gewenste hoogte afzagen; (voor hoogstam op 2.25m van de
grond)
- De wonde glad en schuin bijsnijden naar de windkant toe (voorkomt het uitwaaien
van de ent) voor de enting op de stam.
- De stam in het midden nu 3 tot 4 cm diep open klieven
- Van de enttwijg wordt het onderste gedeelte van de twijg afgeknipt
- De enttwijg wordt vervolgens aan de voet langs twee zijden schuin aangesneden, aan 
weerszijden van een oog vertrekkend. Naargelang de gewenste vorm bewaart men 2
(enting op tak of aan de grond) of 3 tot 4 (appel kroon) of 5 (kersenkroon) ogen. 
Daarboven wordt de top afgeknipt
- De aldus gesneden ent wordt dan in de spleet van de onderstam ingebracht, zodanig dat
beide levenslagen (cambium) innig met elkaar verbonden zijn;
- Het geheel wordt dan met raffia (of rekbare papieren tape) dichtgebonden en tenslotte moet men de gehele wonde, inclusief de topwonde van de ent met entwas aflakken om alle nadelige verdamping te voorkomen.

Opmerking: bij dikke stammen plaatst men ook wel 2 enten tegenover elkaar met het doel de wonde vlugger te laten overgroeien. Achteraf kan dan, zo nodig, één der twijgen worden weggenomen.

10

De kroonenting (of schorsenting)

De kroonenting is vooral aangewezen als de stam of takken te dik zijn om er een spleetenting op uit te voeren. Zij wordt veelvuldig gebruikt bij het omenten van volwassen bomen.
De kroonenting lukt gemakkelijker dan de spleetenting, maar ze is gevoeliger voor uitwaaien, vermits de ent slechts achter de schors tegen de stam geplaatst is.

Tijdstip:
voor het kroonenten is dit april – mei, d.w.z. vanaf het ogenblik dat de schors gemakkelijk van het hout loslaat. Nog meer dan voor de spleetenting is het van het allergrootste belang de enttwijgen goed te bewaren.

Werkwijze:
- De stam of tak op de gewenste plaats afzagen en glad bijsnijden met het snoeimes.
- Op de entplaats een langwerpige insnede maken in de schors van de stam of tak.
- De ent aan de voet enkel langs één kant schuin afsnijden en scherp eindigen.
- De schors van de stam of tak lichtjes opheffen en de ent inschuiven, 2 tot 3 ogen
volstaan.
- Vaak worden aldus 2, 3, 4 of zelfs meer enten op eenzelfde stam geplaatst, al
naargelang de dikte van de stam of de tak, niet alleen om meer kans op slagen te 
hebben maar ook om de wonde sneller te overgroeien;
- Het geheel goed met raffia of rekbare papieren tape dichtbinden en met entwas
afdekken.

11

De plakenting (of engelse methode)

De plakenting is vooral aangewezen als de onderstam en ent ongeveer even dik zijn. Dit zal vooral bij laagstam vaak het geval zijn.
De plakenting lukt gemakkelijker dan de spleetenting en is ook vrij stevig, vermits ent en onderstam over een hele lengte verbonden zijn en vergroeien.

Tijdstip:
Voor het plakenten is dit maart - april, d.w.z. vanaf het ogenblik dat de sapstroom goed op gang komt.

Werkwijze: verbeterde plakenting12


- De stam of tak op de gewenste plaats schuin doorsnijden.
- De ent aan de voet langs één kant schuin afsnijden met dezelfde lengte als de 
onderstam
- Bij de verbeterde plakenting wordt midden in beide delen een dwarse insnijding gemaakt
- De ent en onderstam op mekaar leggen waarbij, indien de dikte van beide delen niet 
identiek is, de ent aan één lange zijde gelijk gelegd wordt met de onderstam.
- Het geheel goed met raffia of rekbare papieren tape dichtbinden en met entwas
afdekken.

 

Entbescherming is zeker geen overbodige luxe

13

 

 

© 2014 Boomgaardenstichting