Nationale Boomgaardenstichting vzw
Leopold III-straat 8
3724 Vliermaal
tel.: +32 (0)12 39 11 88
fax: +32 (0)12 74 74 38
info@boomgaardenstichting.be
NBS30jaar

Minimumverzorging van hoogstamvruchtbomen

(Hans-Joachim Bannier, Pomologen-Vereniging e.V.)

Oorsprongkelijk zijn Hoogstamvrucht-bomen veredelde cultuurplanten, die niet zonder een  minimum aan verzorging groeien – Deze verzorging is bijzonder belangrijk  in de eerste tien jaren  Een goed verzorgde en gezonde appelboom  in een hoogstamboomgaard kan 80 à 100 jaar oud worden. Net zo lang als een mensenleven.

Met een nieuw aangeplante hoogstamvruchtbomen is het gelijk als met je kinderen : Hoe meer liefde, aandacht en toewijding wij hen in de eerste levensjaren schenken, des te meer plezier hebben we van hen, en des te beter komen ze op oudere leeftijd met minder toewijding toch tot hun recht.
Ontzeggen wij onze „boom-kinderen“ deze toewijding al in de eerste jaren, dan ontwikkelen er zich maar enkele tot daadwerkelijke bomen; de meeste kwijnen al in de eerste jaren door verschillende oorzaken weg. De onkosten die je later hebt met het weer  opknappen en de ontstaande schade te „repareren“, is in veel gevallen groter dan de weinige maar  regelmatige ingrepen, die we hen in de eerste 5 tot 10 levensjaren kunnen geven.

Tot de minimum verzorging van jongere hoogstamvruchtbomen in de eerste jaren behoren:

  • Het vrijhouden van de boomschijf door het verwijderen  of door mulchafdekking van onkruid en grasbegroeing in de bloeitijd, alsook in de maanden april tot juli. Dit gedurende de eerste 5 jaren. Tot er een krachtige jaaraanwas van de kruin ontstaat en de jonge boom zich tegen de concurrenten van de groenlandschappen kan verzetten.

  • Regelmatige vormsnoei van de bomen tot de opbouw van een   draagvast kruingestel met stamverlenging en gesteltakken (bij ontbreken daarvan uitbuigen of afbinden) minstens in de eerste 8 – 10 jaar.

  • Jaarlijkse controle van de boombescherming.

  • Stamcontrole: zijscheuten aan de stam worden of helemaal weggenomen of ter versterking van de diktegroei – op 1-2 ogen teruggesnoeid. Wegsnijden van de eventuele aanwezige kankerwonden (bij appel en peer) tijdens de plantengroei (mei – juli) en bij droog weer.

  • Entcontrole: in het bijzonder bij laagstam, en struikvormen met zwak een groeiende onderstam –  deze mag niet in de aarde „wegzinken“ .

  • Controle voor woelrataantasting aan de wortelen: is de boom beweeglijk?  Het verwijderen van de compostlaag van de wintermaanden. Opstellen  van uitkijkposten voor roofvogels. Aanleggen van  steenhopen voor wezels e.a. zoals bodembewerking of vlaktebegrazing. Indien nodig woelratvallen zetten.

  • Water geven bij aanhoudende droogte tussen april en juli, In het bijzonder in het eerste jaar. Optimaal zou zijn in het eerste jaar gelijktijdig compost als meststof op de boomschijf te strooien. Dit is bevordelijk voor de boom en ter verbetering van de boomstuctuur. Een kruiwagen compost, in april aangebracht, werkt op korte termijn als een Mulchlaag ter onderdrukking van de grasconcurrenten. Een verdergaande bemesting van  fruitbomen kun je best niet „blind“ volgend, zonder een bodemonderzoek. Bodemonderzoeken kunnen (tegen betaling) bij: de bodemkundige dienst België De Croixlaan 52 3000 Leuven Heverlee.

  • Snoei van sterke takken tijdens de bloeitijd bij meeldauw alsook bij zeer sterke bladval.

  • Verwijderen van kankerwonden bij appel- en perenbomen zodra de besmetting vastgesteld wordt. Als voorzorg vóór de bloeitijd (mei tot juli) en bij droog weer (een verspreiding van ontstane wonden kan dan vermeden worden. Voor deze verzorging zijn er speciale werktijgen die jammer genoeg niet overal te verkijgen zijn.(Info: NBS 012 39 11 88).

  • Witkalken van de stammen tijdens de wintermaanden, om het gevaar op vriesschade te verminderen.

  • Indien nodig het aanbrengen van  een gordel golfkarton rond de stam bij oudere appelbomen vanaf eind mei tot oogsttijd. De rupsen benutten deze (loodrechte lopende) buisjes van het karton als schuilplaats om zich te verpoppen en kunnen, ca. alle drie weken, verzameld worden en vernietigd. Ze zijn ook nuttig tegen oorgwormen, deze gebruiken de karton ook als broedplaats.

  • Bij extreme tijdsnood en om toch verdere plantenbeschermingsmiddelen te gebruiken, kan het spuiten van „Bacillus thuringiensis“ tegen  bladvretende rupsen of  het sproeien van zeepsops nuttig zijn  tegen bladluizen. Verdergaande plantenbescherming is aanbevolen zowel in een klassieke als in een biologische boomgaard – Intensieve boomkundige kennis werden in hoogstamboomgaarden nagenoeg niet aangewend.

uit:
Bannier, H.-J. 2000
Empfehlenswerte Streuobstsorten für Ostwestfalen-Lippe
Druckerei Mail, Bünde

 

© 2014 Boomgaardenstichting