Nationale Boomgaardenstichting vzw
Leopold III-straat 8
3724 Vliermaal
tel.: +32 (0)12 39 11 88
fax: +32 (0)12 74 74 38
info@boomgaardenstichting.be
NBS30jaar

De Aziatische fruitvlieg - Drosophila Suzukii

 

 

 

De Aziatische fruitvlieg Drosophila suzukii baart ons zorgen, ook en vooral in de hoogstam kersenbomen

Sinds de zomer van 2016 worden de kersen massaal aangetast door de Aziatische fruitvlieg Drosophila suzukii, waardoor de kersen niet meer geconsumeerd kunnen worden. Zelfs de vroegst rijpende variëteiten, zoals de Bigarreau Burlat en Early Rivers, de welke nog ontsnapten aan de infectiedruk van de Europese kersenboorvlieg, worden massaal aangetast door Drosophila suzukii. In dit kader hebben we tijdens het seizoen 2016 een onderzoek verricht naar de populatie en de biologische bestrijdingsmogelijkheden of beheersmaatregelen van zowel de Europese kersenboorvlieg (Rhagoletis cerasi) en de Aziatische fruitvlieg (Drosophila suzukii).

Voor de herkenning van de schadebeelden verwijzen we naar de brochure “Drosophila suzukii herkennen en aanpakken: do’s en don’ts”.

Tijdens het voorjaar en de zomer van 2016 voerden we op drie hoogstamboomgaarden van de Nationale Boomgaardenstichting een oriënterend onderzoek uit naar mogelijke hygiënische en/of bestrijdingsmaatregelen op het percentage aangetaste vruchten. Verschillende biologische methodes werden uitgetest op de locaties ‘Hern Dorp’ (St Huibrechts Hern), ‘Keizel’ (Diepenbeek) en ‘boomgaard PVL’ (Heks):

  1. Wegvangen van de Europese kersenvlieg met gele lijmvallen, al of niet in combinatie met feromonen (2 x 2 proefobjecten).
  2. Wegvangen van de Aziatische fruitvlieg d.m.v. een appelciderazijn in een rood recipiënt.
  3. Jaarlijks volledig afplukken (goede en aangestoken, rotte… kersen) van de bomen in de boomgaard of een deel van de boomgaard om de opbouw van de populatie te verminderen.
  4. Afdekken van de bodem d.m.v. zwarte antiworteldoek om het uitvliegen van de kersenvlieg uit de bodem te verhinderen.

 

Werkwijze & bevindingen:

Wijze 1: Het wegvangen van de Europese kersenboorvlieg met gele lijmplaten.

Het oriënterend onderzoek werd uitgevoerd op 2 locaties (2 herhalingen) waarbij  in telkens 5 hoogstam kersenbomen van 5 verschillende variëteiten (Kordia, Hedelfinger Riesenkirsche, Schneiders Späte Knorpelkirsen, Bigarreau Napoleon en Regina) 1 gele lijmval/boom werd uitgehangen en in een andere boom (van dezelfde 5 voornoemde variëteiten) 5 gele lijmvallen per boom.  De variëteiten Hedelfinger Riesenkirsche kregen vanaf 10 juni 2016 een capsule feromoon bijgehangen op de lijmplaat.
De vangsten van Rhagoletis cerasi op de gele lijmplaten waren overvloedig, evenals de bijvangsten van allerlei vliegensoorten, motjes, muggen… Vanaf  13 juni 2016 konden de eerste vangsten van Rhagoletis cerasi genoteerd worden.  De telling van 4 juli 2016 gaf de grootste stijging weer in de tellingen(> +35 per lijmval).

Aangetaste vruchten:

Drosophila suzukii konden we bemerken op de rozig kleurende kersen (voor de rijping) wanneer ze daar massaal eitjes aflegden. Op 28 juni 2016 konden we op de vroegst rijpende variëteiten de Aziatische fruitvlieg opmerken.
Tijdens de pluk was de aantasting op de vroegst rijpende kersen massaal. Daar de Europese kersenvlieg normaal te laat komt om nog ei-afleg te hebben op deze vroege kersen, hadden we hier te maken met 100% Drosophila suzukii aantasting. De aantasting op later rijpende variëteiten kon niet meer uitgesplitst worden tussen beide types.  We konden wel een zekere cyclus vaststellen in de aantastingsgraad en dit zal zeker te maken hebben met de opeenvolging van generaties van de Drosophila suzukii. (Dit werd bevestigd tijdens een overleg met de onderzoeker van PCFruit: ir. Tim Beliën).

De eerste generatie Drosophila suzukii ontwikkelt zich op de vroegst rijpende kersenvariëteiten. Daar er verhoudingsgewijs niet zo veel bomen van deze variëteiten in het landschap te vinden zijn, worden de aanwezige vroege soorten massaal geïnfecteerd door de Aziatische fruitvlieg. Ze konden dan ook niet geplukt worden. De aantasting was nagenoeg 100% vanaf het moment dat de vruchten amper plukrijp werden. Na deze eerste generatie merkten we een dip in de aantastingsgraad. De middentijds rijpende variëteiten konden we nog plukken zo lang ze niet heel donker (volledig boomrijp) waren.  Zodoende kon er gedurende 7 tot 10 dagen geplukt worden met een zeer beperkte aantasting. Nadien, wanneer de middentijdse variëteiten volrijp werden en de laat rijpende rood verkleurden was de aantasting terug nagenoeg 100% en moest de  pluk gestaakt worden. Op dat moment waren de maden van de 2de generatie Drosophila suzukii op kersen ontloken en maakten ze de vruchten op zeer korte tijd oneetbaar (azijnzure smaak, snelle verrotting). Meestal vinden we meerdere maden per vrucht.

Voorlopige conclusies:
De aantasting van de Europese kersenvlieg wordt helemaal overschaduwd door de Aziatische. De eerste focus ligt nu in het bestrijden van deze laatste!  Het is een hele uitdaging om de bestrijding ecologisch verantwoord te doen; naar volgend seizoen toe moeten we brainstormen welke maatregelen we kunnen uittesten.
à  Voorgaande seizoenen konden we met het ophangen van gele lijmvallen + feromonen de populatie van de Europese kersenvlieg voldoende onder controle houden om de aantastingsgraad onder de 5% drempel te houden, toch zeker tot een groot gedeelte van het plukseizoen. Sinds de zomer van 2016 wordt de aantasting volledig  ‘overruled’ door de Drosophila suzukii, zodat de aantastingsgraad van de Europese kersenvlieg nog moeilijk vastgesteld kan worden en van totaal ondergeschikt belang is.

Tijdens het seizoen 2017 was de totale kersenoogst in de hoogstamboomgaarden van de NBS verloren door de nachtvorstschade van 19 op 20 april 2017. Hierdoor konden we geen extra testen uitvoeren tijdens de afgelopen zomer.

 

Wijze 2: Wegvangen van de Drosophila suzukii door middel van een lokvloeistof.

In telkens vijf bomen op bovengenoemde locaties met de genoemde variëteiten werden per boom een rode val uitgehangen met een lokvloeistof voor de Aziatische fruitvlieg (Drosophila suzukii). In eerste instantie werd er voldoende tijd besteed aan de studie en informatiewinning van de aanwezige kennis en ervaring in de beheersing van Drosophilla suzukii.
De onderzoeksgegevens, adviezen en ervaringen van de onderzoekers op PCFruit en de Nederlandse Dienst Landbouwvoorlichting werden opgevraagd. Met de commerciële firma’s ‘Biobest’ en ‘Vlamings’, gespecialiseerd in de biologische bestrijding van vele plaaginsecten, werden monitoring en wegvangmethodieken besproken.  Hieruit werd een oriënterende proef opgezet met het doel zo veel mogelijk Drosophila suzukii vliegen weg te vangen uit de buurt van de hoogstam kersenbomen. 

Ervaringen:
Het wegvangen resulteerde nog tamelijk goed voor de rijping (eerste rozige kleur op de ontwikkelende kersen). Eénmaal er rijpende vruchten in de boom kwamen, hadden de Drosophila’s duidelijk een voorkeur voor de kersen en werden de vangsten in de lokvloeistof steeds minder. De huidige lokvloeistoffen kunnen enkel dienstig zijn om de infecties op de vroegst rijpende variëteiten met enkele dagen uit te stellen. Het totale effect tijdens het plukseizoen is verwaarloosbaar.

In Italië loopt er een onderzoek naar het feromoon. Misschien komt er in de toekomst een mogelijkheid voor een effectiever lokmiddel, of voor feromoon-verwarring.  Onderzoek bij PCFruit meldt dat de afleg van eitjes op de vruchten van de Europese vogelkers (Prunus padua) leidt tot larven die afsterven in de vruchtjes…; mogelijke toepassingen in het beheersen van de populatie…??

 

Wijze 3: Populatiebeheersing door het leegplukken en het verwijderen van zo veel mogelijke aangetaste kersen uit de boomgaard.

Deze methode was tamelijk effectief bij de beheersing van de Europese kersenboorvlieg, zeker in combinatie met graasdieren en/of kippen die gevallen vruchten graag verorberen, wanneer het aantal kersenbomen in de boomgaard niet te groot is. In de boomgaard PVL te Heks passen we deze methode reeds enkele jaren toe, waarbij de infectiegraad met maden van de Europese kersenboorvlieg de laatste 2 jaren gedaald is tot onder de 5% grens van het aantal geplukte vruchten.

Resultaten en ervaringen:
In 2016 hadden we een minder goede  efficiëntie door de Aziatische fruitvlieg. Hiervoor zijn hygiënische maatregelen van essentieel belang en het vermijden van al te veel invlieg vanuit de omgeving (deze fruitvlieg kan zich sterk vermeerderen op aardbeien, bessen, frambozen, bramen, druiven…), maar deze rijpen meestal tijdens of na de kersenoogst. De ervaring leert ons dat Drosophila suzukii zich verder kan verplaatsen en reeds vroeg in het kersenseizoen invliegt vanuit naburige vroeg rijpende kersenbomen. We trachten de opbouw  van de Drosophila suzukii populatie in de kersenteelt te minderen door ander rood zachtfruit te vermijden uit de omgeving van de kersenbomen! In de directe omgeving van de proefboomgaard worden wel wat aardbeien, frambozen en bessen geteeld, waardoor invlieg mogelijk was. Dit uitte zich vooral in een sterkere uitbreiding van de infectie bij de late variëteiten en vooral wanneer er gewacht werd met plukken tot een goed gevorderd stadium van rijping.  Opmerkelijk was wel dat veruit de hoogste infectiepercentages gevonden werden in de onderste regionen van de boomkruinen. Dit duidt op het feit dat de Drosophila suzukii niet houdt van een winderige omgeving. Enkel in de meer windluwe delen onderaan en binnenin de kroon werden er bij de laatste pluk meer dan 50% van de vruchten aangetast, terwijl in de toppen van de hoogstambomen tot maximum  10% aangetaste vruchten werden geteld.

 

Wijze 4: Afdekken met antiworteldoek.

Voor de Europese kersenvlieg had de bodemafdekking nog enige zin. Ervaringen van de laatste jaren leerde ons dat de grootste herbesmetting kwam van vliegen die in de buurt van de onderzochte kersenboom uit de grond ontpopten. Wanneer we er voor zorgden dat er zich relatief weinig maden in de bodem onder de bomen konden geraken en zich daar verpoppen om te overwinteren (bomen goed leeg plukken, gevallen kersen laten verorberen door vee of kippen die er zich onder de bomen aan te goed deden…), dan merkten we een sterk verminderde infectiedruk het jaar nadien. Dezelfde vaststelling konden we maken bij bomen die een bepaald jaar nauwelijks of geen productie hadden omwille van lentenachtvorst, massale vogelschade… Let wel: de poppen van de Europese kersenvlieg kunnen wel 2 seizoenen overbruggen, een (beperkt) aantal zal pas in het 2de voorjaar na de verpopping uitvliegen. Door de bodem goed af te dekken tijdens de periode van de ontpopping (juni/begin juli), verhinderen we de vliegen om weg te geraken uit de bodem en zal de besmetting van de bomen waaronder de afdekking geplaatst werd veel beperkter zijn. We merken wel een invlieg van naburige percelen. In een gebied met veel kersenteelt is dit moeilijk te vermijden, maar deze infectiedruk is eerder beperkt, zodat we de schade relatief makkelijk onder de 5% konden houden.

Conclusies:
Door de interactie van de Aziatische kersenvlieg is dit van geen tel meer. De invlieg vanuit naburige percelen en teelten is vele malen groter, zodat de afdekmaatregel nauwelijks nog invloed heeft op de plukbaarheid van de vruchten. In de meeste situaties is het ons nog niet gelukt om de aantastingsgraad onder de 30% te houden, zeker niet wanneer we de kersen tamelijk rijp willen laten worden op de bomen. 

De Aziatische fruitvlieg kan als adulte (volwassen) vlieg overwinteren. Ze zullen zich verschuilen in schorsspleten ed. Daarom zal de afdekking van de bodem hier geen invloed op hebben.

 

Algemene aanbevelingen:

In fruitregio’s waar veel kersen en zachtfruit geteeld wordt, maar ook in gebieden met veel besdragende planten in de natuurlijke omgeving zal de Aziatische fruitvlieg een probleem blijven voor deze vruchten. Zowel de professionele telers als de liefhebbers met tuinen en boomgaarden zullen in de toekomst alle mogelijke maatregelen moeten nemen om de populatie van deze vlieg te beperken. Voor de liefhebbers zal een chemische bestrijding niet aan te raden zijn; de biologische maatregelen staan nog niet op punt. We zullen in de toekomst verder nadenken over mogelijke beheersmaatregelen en deze uittesten.

Voorlopig kunnen we aanbevelen om:

  • De kersen zo vroeg mogelijk plukken, vooraleer ze volledig boomrijp zijn.
  • Geen rottend fruit in de boomgaardomgeving gooien, maar dit in een afgesloten plastic zak verpakken en enige tijd in de zon leggen, zodat eventueel aanwezige larven afgedood worden.
  • Kersenbomen telen met een zo open mogelijke kruin, zodat de wind vrij spel krijgt in de boomkroon.

-

Onderzoek naar de populatie en de biologische bestrijdingsmogelijkheden van de Europese kersenboorvlieg (Rhagoletis cerasi) en Aziatische fruitvlieg (Drosophila suzukii)

  • Ervaringen en resultaten in het oogstseizoen 2017

 

In 2017 startte de fenologie (= uitlopen van de knoppen en ontwikkeling van de bloesems en vruchten) van de fruitbomen vrij vroeg in het voorjaar. Op 19 en 20 april 2017 hadden we te maken met een ernstige nachtvorst, op vele percelen tot -6 à -7 °C onder thermometerhut). De kersenbomen stonden op dat moment in volle bloei, de latere variëteiten hadden stadium begin bloei. De schade aan de bloesems van de kersen was dan op de meeste percelen bijna 100 %. De geplande waarnemingen en proeven op de Europese en de Aziatische kersenvlieg konden daarom nauwelijks of niet uitgevoerd worden.

  • Geplande waarnemingen en proeven:

    • Ontwikkeling van Europese en Aziatische kersenvlieg
    Op de vroegst rijpende kersenvariëteiten (Bigarreau Burlat, Early Rivers, Merton Premier) konden we vaststellen dat de enkele vruchten die aanwezig waren op 14 mei 2017 praktisch voor 100 % besmet waren met Drosophila suzukii. De Europese kersenboorvlieg was op dat moment nog niet ontloken. Hiervan konden we geen maden vaststellen in de onderzochte vruchten van de vroege kersenvariëteiten.
    De middentijds rijpende variëteiten waren aangetast vanaf het moment dat ze volrijp waren. De vruchten waren nog niet aangetast zo lang ze nog rood tot iets bordeaux van kleur waren. Vanaf het moment dat ze donker van kleur werden, konden ze niet meer geoogst worden, door een algehele aantasting door Drosophila suzukii. Dit zijn natuurlijk slechts vaststellingen op een minimaal aantal kersen, daar het merendeel van de bloesems bevroren waren. De resultaten zijn dan ook niet representatief. 
    De maden van de Europese kersenboorvlieg werd zichtbaar in de kersen vanaf het moment dat de middentijds rijpende kersen donker werden. De aantasting van de middentijds rijpende loopt ongeveer gelijk met de besmetting door de Aziatische fruitvlieg. Het is dan ook zeer moeilijk om beide besmettingen te onderscheiden.
    De late variëteiten waren reeds in rode toestand (tamelijk onrijp) reeds voor bijna 100 % aangetast door zowel de Europese als de Aziatische kersenvlieg.

    • Geplande proeven:
    1. Fruitvliegval:  deze val (of de monitorval met extra gaatjes in het deksel voor intensieve monitoring aan de perceelsranden) is speciaal ontwikkeld en getest voor het vangen van de suzukii-fruitvlieg Drosophila suzukii. Deze vlieg is vanaf 2012 in Nederland en sinds 2013 in België op diverse locaties gevonden en kan verschillende rijpende zachtfruitsoorten aantasten. De economische schade en productieverlies kan erg hoog oplopen en werd reeds geconstateerd bij o.a. bramen, blauwe bessen, frambozen, druiven en kersen, maar ook ander zachtfruit kan aangetast worden. Slechts enkele aangetaste vruchten kunnen er de oorzaak van zijn dat hele partijen geoogst fruit afgekeurd worden in het handelscirquit. Het toevoegen van speciaal ontwikkelde lokstof (lokstoftabletten van de firma Vlamings) zou duidelijk meer vangsten geven, volgens ervaringen van de Nederlandse firma die de lokstof op de markt brengt. Volgens dezelfde bron zouden er meer mannelijke dan vrouwelijke vliegen gevangen worden.

    Advies:
    de vlucht kent meerdere generaties per jaar en kan zich lopende het seizoen snel opbouwen, zeker als rijpend zachtfruit nabij is. Ook in het najaar (oktober-november), kunnen nog grote hoeveelheden (weg-)gevangen worden. Hang de kleine vallen goed verdeeld in de aanplant op tussen het gewas (op circa 1,50 tot 2.50 meter hoogte in het onderste gedeelte van de kronen van hoogstam kersenbomen). Zorg wel dat de vallen altijd goed voor de vliegen bereikbaar blijven. De val is zodanig ontwikkeld dat vrijwel geen bijvangsten ontstaan. Start met ophangen in het voorjaar aan de randen van het perceel nabij waardplanten of in vervroegde, beschermde teelten (zoals folietunnels). Controleer regelmatig op vangsten. Vervang en ververs elke 4 tot 6 weken de inhoud van de vallen.

     Conclusies: De vallen hebben wel effect in het begin van de vluchten, maar blijkbaar zijn de rijpende kersen attractiever voor de Drosophila suzukii dan de vallen met de lokstoffen. De weliswaar zeer povere productie aan kersen werden alsnog voor 100 % aangetast. De vallen hebben als het ware eerder een monitoringsfunctie en kunnen niet echt gebruikt worden als massale wegvangtechniek.

    • Vliegenvoeding met gif (Baits): het gebruik van vliegenvoeding Baits (aas, voedsel dat een gif bevat). Het voedsel bevordert de opname van het gif -> beter effect met minder gif . De volwassen vliegen hebben voedsel (eiwitten en suikers) nodig. Dit zoeken ze op de plant. Het insect moet het aangebrachte voedsel vinden.

Ervaringen in het buitenland: Combiprotec (NL, toelating in NL als hulpstof) of Dedetec (Duitsland).  Mengsel van eiwitten, gisten, suikers werd gebruikt als voorbeeldstof voor onderzoek. Veldproeven en praktijk in Duitsland: sterk wisselende resultaten, effect in veldproeven moeilijk vast te stellen -> toetsen effect van residu op planten in kooien. Omwille van de zeer povere kersenproductie, hebben we in 2017 deze proefneming niet kunnen uitvoeren. We hebben geen uitzonderingstoelating aangevraagd voor deze proefnemingen en zullen het doen met de ervaringen en resultaten vanuit het buitenland.

Conclusies vliegenvoeding:

  • Combiprotec in combinatie met lage dosering insecticide
  • Proeven in afgeschermde omgeving (kooien, kersenboomgaarden met regenkappen en insectengaas) geven goede resultaten
  • De vliegenvoeding geeft sterke verbetering van de opname van de bijgemengde insecticiden
  •  Middelen die bij normale spuittoepassing weinig effectief zijn, worden zo in potentie bruikbaar voor bestrijding suzukifruitvlieg. Zolang we van chemische middelen afhankelijk zijn is zo verbreding effectief middelenpakket mogelijk.
  • Grove druppel, lage dosering -> minder emissie.

Nog veel vragen:

  • Verbetering van baits mogelijk? UV bescherming, regenvastheid?
  • Verse Combiprotec lokt de suzuki niet. Heeft toevoeging van een lokstof zin?
  • Wat is de optimale druppelgrootte?
  • Waar op het gewas is de toepassing het meest effectief? Moet het middel op het gewas worden toegediend?
  • Hoe is de residuwerking van verschillende middelen in de tijd (werking versus MRL)
  • Werkt het snel genoeg bij veel invlieg van buiten het perceel?

               Op basis van huidige resultaten:

  • Op praktijkschaal ervaring opdoen, onder regenkappen, beschermde teelten
  • Ook bij lage dosering van insecticiden rekening houden met wettelijke beperkingen!
  • Combiprotect (vliegenvoeding): Uitgebreid getest in lab en veldkooien, praktijkervaringen in framboos, braam •Verbetering van de effectiviteit van middelen mogelijk • In eerste instantie vooral overdekte teelten. Regenvastheid, UV: verder onderzoek nodig.
  • Attract & kill. Deze technieken zijn waarschijnlijk het eerst toepasbaar in afgesloten omgeving: “lage druk laag houden”.
  • Voorlopig geen bruikbare adviezen voor de hoogstam kersenteelt.

Alternatieven voor chemisch bestrijding:

  • ‘Fysische’ bestrijdingsmiddelen ???
  • Biologische bestrijding: • Microorganismen, insectendodende schimmels •Nematoden •Sluipwespen (inheemse, Aziatische) • Predatoren :  onderzoek door gespecialiseerde instituten (ILVO, PCF)
  • Massavangst ???
  • Lure & infect, bait sprays: interessante proef over het sterk reduceren van de voortplantingskansen van de Drosophila suzukii wanneer deze besmet raken met bepaalde schimmels. Zie wetenschappelijk artikel van Rob Van Tol van WUR (Wageningen University and Research):  http://dropsaproject.eu/index.cfm?pageid=54
  • Steriele mannetjestechniek: onderzoek door gespecialiseerde instituten (ILVO, PCF)

-

Waarnemingen en ervaringen met de Europese kersenboorvlieg  en de Aziatische fruitvlieg in de kersenteelt – Seizoen 2018.

Seizoen 2017:

Op 19 en 20 april 2017 was er in Zuid-Limburg (zoals op de meeste plaatsen in Vlaanderen) een zeer strenge lentenachtvorst die de bloesems (op dat moment volle kersenbloei voor de middentijds bloeiende kersenvariëteiten) praktisch volledig vernielde.
Er restte praktisch geen oogst meer, de kersenbomen droegen nog slechts enkele kersen, sommigen helemaal geen meer in 2017.  Zowel de Europese kersenboorvlieg als de Aziatische fruitvlieg konden hun eitjes leggen op een zeer gering aantal vruchten. Door het geringe aantal aanwezige kersen per boom, werden deze kersen echter niet geplukt. De vraag stelt zich of deze situatie een domper zou zetten op de aanwezige populaties van kersenvliegen in de onbehandelde boomgaarden.
We houden wel rekening met het feit dat de poppen van de Europese kersenboorvlieg in de bodem 2 jaar kunnen overleven, dus dat niet alle poppen na de eerste winter ontluiken, maar een gedeelte een tweede keer overwintert om vervolgens als vlieg de bodem te verlaten. De vliegjes die we treffen in het voorjaar van 2018, kunnen dus voortkomen van de maden die verpopten in 2017, maar ook nog van diegenen die reeds in 2016 als pop in de bodem overleefde.
De Aziatische fruitvlieg Drosophilla suzukii is polyfaag op meerdere ‘zachte, rode’ vruchten (dus komt niet alleen voor op kersen, maar ook op aardbeien, bramen, frambozen, aalbessen, kruisbessen, druiven, wilde bessen van allerlei besdragende struiken…). Ze overwinteren als volwassen insect en kunnen dus in 2018 terug de kersen infecteren ook vanuit de andere teelten.

Seizoen 2018:

Dit seizoen kenmerkt zich door een tamelijk vroege start van de fenologie. De vroegste kersen stonden omstreeks 6 april  reeds in volle bloei. Door het uitzonderlijk warme weer in april volgde de bloei van de andere variëteiten zeer snel op mekaar. In een periode van minder dan 2 weken was de bloeitijd van de kersen afgelopen, zodat de onderlinge kruisbestuiving en de vruchtzetting in de meeste boomgaarden optimaal verliep.
De vroegst rijpende variëteiten (Bigarreau Burlat, iets later gevolgd door Early Rivers, Merton Premier, Ramon Oliva…) werden reeds sinds 25 mei plukrijp. Het eerste weekend van juni (2 april 2018) waren de vruchten van Bigarreau Burlat op ons controleperceel reeds voor de volle 100 % aangetast door de Drosophilla suzukii. Op 9 en 10 juni 2018 waren deze maden reeds verpopt en uitgevlogen. Er vlogen zeer veel Aziatische fruitvliegen in het onderste deel van de kroon van de hoogstam kersenbomen van de middentijds rijpende variëteiten om er hun eitjes af te leggen. De vruchten van de variëteiten Kordia, Hedelfinger Riesenkirsche , Schneiders Späte Knorpelkirsche, Sylvia, Sunburst, Bigarreau Napoleon … begonnen op dat moment  plukrijp te worden. We oogsten dat weekend reeds de voorlopers van deze variëteiten.  Hierbij vonden we in ongeveer 5 % van de geoogste vruchten, onderin de kroon (onbehandeld) een made van de Europese kersenboorvlieg; bovenin de kroon praktisch geen. Op deze soorten konden we op dat moment nog geen infecties van Drosophilla suzukii vaststellen.
Een week later (rond 15 juni 2018) waren de middentijds rijpende variëteiten onderin de kroon voor 30 %  aangetast met vooral Europese kersenboorvlieg , maar ook reeds door de Aziatische fruitvlieg. De aantastingen lopen vanaf dat moment door mekaar en zijn nog moeilijk te onderscheiden. Bovenin de kroon kon nog geplukt en gesorteerd worden (aantastingen 5 tot 10 %).
Sinds 20 juni 2018 was er niet meer te oogsten, onderin meer dan 80 % aantasting, bovenin tot 30 %. Begin juli waren de vruchten gans rot en de maden uit de vruchten verdwenen (uit de vruchten gekropen en verpopt in de grond voor de Europese kersenboorvlieg en verpopt en uitgevlogen voor een volgende generatie Aziatische fruitvlieg). Door het zeer warme weer (t° > 25 °C) duurt de opeenvolging van de generaties van de Aziatische fruitvlieg slechts 7 tot 9 dagen. Vanaf deze periode lopen de generaties door mekaar en kunnen ze nog moeilijk onderscheiden worden.

 Conclusies:

    • De aantastingen van de Europese kersenboorvlieg worden niet erg verminderd door een lage populatie van het seizoen voordien.
    • De aantastingen van de eerste generatie Aziatische fruitvlieg beginnen reeds zeer ernstig bij de vroegst rijpende kersenvariëteiten. Wanneer de middentijds rijpende kersen plukrijp beginnen te worden, kunnen ze nog tamelijk goed geoogst worden wanneer er niet gewacht wordt tot ze donker gekleurd zijn. Dus vooraleer de tweede generatie ontluikt. Dit was toch het geval tijdens het seizoen 2018 wanneer omwille van de hoge t° de pluktijdstippen mekaar snel opvolgden, maar ook in 2016 hadden we een gelijkaardige ervaring. Volrijpe vruchten van middentijdse variëteiten en de vruchten van de laat rijpende variëteiten worden in onbehandelde boomgaarden opnieuw zeer sterk aangetast door de Aziatische fruitvlieg.
    • Er is een zeer groot verschil in aantasting tussen het onderste kroongedeelte (luw, weinig wind) en de hogere takken waar de wind vrij spel heeft. Onze ervaring is dat de kersenvliegen niet houden van veel wind en zich vooral in de luwere delen van de boom/boomgaard ophouden en er hun eitjes afleggen. Een denkpiste voor de bioteelt: het installeren van ventilatoren in de periode van de massale ei-afleg…???

     

    Referenties en links:
    www.drosophila.nl
    https://www.pcfruit.be/nl/ziekten-en-plagen/drosophila-suzukii
    https://www.biocontrole.nl/aziatische_fruitvlieg_drosophila_suzukii/
    www.dropsaproject.eu

     

     

     

     

© 2014 Boomgaardenstichting